'Scholieren leren beter door slimme tablets, 'Docenten worstelen met leerlingcontact social media', 'Facebooker, bezint toch eer gij begint', 'Help, mijn docent is digibeet!'Zo maar wat titels van nieuwsberichten van de afgelopen 24 uur over social media. En ik hoefde er totaal geen moeite voor te doen om deze te vinden.
Social media is hot, we ontkomen er niet meer aan. Deze media bepaalt meer en meer ons dagelijks leven en dit proces waarbij de media steeds meer doordringt in ons leven, wordt ook wel medialisering genoemd.
Digitale geletterdheid
Onze leerlingen krijgen dagelijks te maken met medialisering en dat hier in het onderwijs aandacht aan besteed moet worden, lijkt mij niet meer dan een open deur. Het onderwijs leidt leerlingen immers op voor een passende baan, een baan die waarschijnlijk nu nog niets eens bestaat. Om onze leerlingen goed voor te bereiden op de wereld van morgen, zijn de 21e-eeuwse vaardigheden benoemd: creativiteit, kritisch denken, probleemoplossend vermogen, communiceren, samenwerken, sociale en culturele vaardigheden, zelfregulering en digitale geletterdheid. Deze laatste term valt op, immers de meeste andere vaardigheden lijken sinds de invoering van competentiegericht onderwijs al eerder ingeburgerd te zijn. Voor digitale geletterdheid ligt dat anders.Het SLO verschaft in het rapport '21ste eeuwse vaardigheden in het curriculum van het funderend onderwijs' duidelijkheid over de term digitale geletterdheid. Zij onderscheiden drie aspecten: ICT-(basis)vaardigheden, informatievaardigheden en mediawijsheid.
Digitale geletterdheid is dus een van de vaardigheden waar leerlingen over dienen te beschikken om effectief te kunnen deelnemen in de 21e-eeuw.
Benedenmaats
Maar hoe staat het nu met die digitale geletterdheid in ons land? Uit Nederlandse deelname aan de International Computer and Information Literacy Study (ICILS) in 2013 is gebleken dat Nederlandse leerlingen weliswaar bovengemiddeld presteren, maar ook dat de meerderheid van de leerlingen maximaal het tweede niveau van totaal vier niveaus haalt. Dit zijn dan vooral de vwo-leerlingen, echter meer dan de helft van leerlingen in het praktijkonderwijs haalt het allerlaagste niveau niet. Het is dus de vraag of het intensieve gebruik van ICT en aandacht voor digitale geletterdheid, voldoende zijn om alle leerlingen goed voor te bereiden op de toekomstige maatschappij. Verder blijkt uit dit onderzoek dat de Nederlandse docenten over het algemeen positief staan tegenover het gebruik van ICT in het onderwijs, ze besteden echter minder aandacht aan de ontwikkeling van informatievaardigheden bij hun leerlingen dan hun buitenlandse collega's. Ook zijn Nederlandse docenten negatiever over de overeenstemming binnen de school over de wijze waarop ICT in het onderwijs aandacht moet krijgen.Te vrijblijvend
Scholen en leraren spelen een cruciale rol bij de integratie van 21e-eeuwse vaardigheden in het onderwijs, maar de aandacht hiervoor in het huidige onderwijs is te beperkt; ze komen te weinig doelgericht en structureel aan de orde (Thijs, Visser en Van der Hoeven, 2014) . In de afgelopen jaren is er veel onderzoek gedaan naar de bijdrage die ICT levert aan de schoolprestaties van leerlingen. Resultaten hiervan laten zien dat ICT niet zonder meer leidt tot betere onderwijsprestaties, maar dat dit bij gericht, gedoseerd en goed gebruik wel kan leiden tot significant betere prestaties (Ten Brummelhuis, 2012). In elk geval maakt ICT het onderwijs wel gevarieerder. Uit eerdergenoemd onderzoek blijkt dat leraren de 21e-eeuwse vaardigheden wel belangrijk vinden en er soms aandacht aan besteden, ze doen het echter niet structureel en integraal. De aandacht voor de vaardigheden is nu te sterk afhankelijk van keuzes van de individuele docent. Ten Brummelhuis (2012) is van mening dat dit komt omdat de invoeringsstrategieën te vrijblijvend zijn. Hij stelt dat de inzet van ICT niet langer een vrijblijvende optie is, maar een professionele standaard. Hij pleit voor ICT-bekwaamheidseisen aan leraren. Verder vindt hij dat de kennis over wat werkt (of niet) moet worden vergroot. Goed onderbouwde inzichten zullen leraren ondersteunen bij realistische en verantwoorde keuzes.Bij dit laatste sluit ik me graag aan. ICT in het onderwijs is een krachtig leermiddel, het zorgt voor activerend onderwijs. Het stelt docenten in staat om te differentiëren, de voorkennis van leerlingen kan op een actuele manier worden geactiveerd en na een klassieke instructie kunnen leerlingen met hun eigen telefoon een aantal controlevragen beantwoorden. Zo maar enkele voorbeelden van toepassingen. Wel denk ik dat het op zo'n manier moet worden toegepast dat het ook echt wat toevoegt aan het onderwijs. Daar is wel wat meer voor nodig dan de ad-hoc toepassingen die ik net noemde. Het zou goed zijn wanneer de schoolleiding een visie formuleert, beleid opstelt en ervoor zorgt dat docenten worden opgeleid zodat deze op kleinschalige basis kunnen starten met het structureel eigentijds maken van het onderwijs. Zij moeten er immers voor gaan zorgen dat de leerling van morgen beschikt over 21e-eeuwse vaardigheden!
Literatuur
Brummelhuis, A. ten. (2012). Jaarboek ICT en samenleving 2012. retrieved from: http://www.vo-content.nl/artikel/ict-onderwijs-en-kenniseconomie
Kennisnet (2013). Vier in balans monitor 2013: de laatste stand van zaken van ICT en onderwijs. Verkregen via: http://www.kennisnet.nl/onderzoek/vier-in-balans-monitor.
Meelissen, M.R.M., Punter, R.A., Drent, M. (2014) Digitale geletterdheid van leerlingen in het tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs Nederlandse resultaten van ICILS- 2013. retrieved from: http://www.utwente.nl/igs/icils/Publicaties/
Thijs, A., Fisser, P., & Hoeven, M. van der (2014). 21e eeuwse vaardigheden in het curriculum van het funderend onderwijs. Enschede: SLO.
Geraadpleegde websites:
http://www.kennisnet.nl/
http://www.kennisnet.nl/themas/21st-century-skills/
Geen opmerkingen:
Een reactie posten